Dichters op Dinsdag
De staatkunde is een zwaai van vreemde strijdigheden,
Gedoodverfd met den schijn van billijkheid en reden.
Een maalstroom van bedrog voor Ouderdom en Jeugd,
Een doolhof voor ‘t verstand, een valstrik voor de Deugd.
Zij draait een groot geweld van scherp getande raderen
Voor de oogen van het Volk, en dikwijls van ’s Lands Vaderen.
Zij groeit in achterdocht en slinkse veinzerij,
Haar leuze is willekeur, haar einde Dwinglandij.
- Simon Stijl (1731-1804), Staatkunde
Week 22
boek: Onmacht, Charles den Tex ***
boek: Dodelijk patroon, Jo Nesbø ****
film: The brothers Grimm ***
Dichters op Dinsdag
Ze werkt op een kantoor dat in renovaties doet.
Ze heeft een tafel, een raam, een telefoon en een
grote zwarte stoel.
Ze zit de hele dag naast een thermoskan koffie en
kijkt naar pizzeria Piccolini waar mannen met
tuinslangen stoelen schoonspuiten.
Af en toe haalt ze een kam door haar haar.
Ze werd ziek en kon een paar dagen niet komen.
Toen kwam ze terug en op een verloren
zaterdagmiddag is ze gewurgd door haar vriend.
Nog dagen later zeiden mensen uit de straat als ze
elkaar tegenkwamen:
Toch zonde hè van die meid.
- Arnon Grunberg, Verloren zaterdagmiddag
Week 21
boek: Broze stad, Paul Auster, Paul Karasik en David Mazzucchelli ****
boek: Koude lente, Lieneke Dijkzeul ***
film: Ed Wood ****
Dichters op Dinsdag
ik speelde dagelijks sonates
en eenmaal zachter dan tevoren
terwijl ik dacht dat je ‘t niet kon horen
de Mondschein die jouw voorkeur had
je bracht het loodwit als een kuif op water
zodat de golfslag al maar wilder werd
en grauwe wolken leek te raken
nu rondden bleke handen het palet
je volle aandacht kreeg mijn spel
terwijl jouw fluitend hoortoestel
de slotmaat tergend overtroefde
riep je plots de componist bij naam
- Alfred van Haskerland, adagio sostenuto
Woorden [8]
Mijn vraag is nu deze. Hoe zit het als een ding zijn functie verloren heeft? Is het dan nog steeds dat ding, of is het iets anders geworden? Als je de stof van een paraplu afscheurt, is die paraplu dan nog een paraplu? Als je een baleinenconstructie opsteekt, boven je hoofd houdt en er mee in de regen loopt, word je drijfnat. Kun je dat ding dan een paraplu blijven noemen? Over het algemeen doen mensen dat wel. Ze zullen hooguit zeggen dat die paraplu kapot is. In mijn ogen is dat een ernstige vergissing, de bron van al onze moeilijkheden. Omdat die paraplu niet meer functioneert is hij opgehouden paraplu te zijn. Hij kan op een paraplu lijken, hij kan ooit een paraplu geweest zijn, maar nu is hij iets anders geworden. Het woord is echter hetzelfde gebleven. Daarom kan het het ding niet meer aanduiden. Het is onnauwkeurig, het is bedrieglijk, het versluiert het ding dat het wil onthullen. En als we een gewoon alledaags voorwerp dat we in handen hebben al niet eens meer kunnen benoemen, hoe kunnen we dan spreken over dingen die ons echt raken? Als we er niet in slagen om het begrip verandering in de woorden die we gebruiken te incorporeren, zullen we blijven dwalen.
- Paul Auster, Broze Stad
Dichters op Dinsdag
Ik lig hier
te wachten op later.
Ik adem nog zachtjes
als water
en elk van mijn ogen is dicht –
alsof er een schelpje op ligt
waardoor ik de dag
niet kan zien.
Misschien
is de ochtend
een strand.
Kijk kijk,
in mijn ooghoeken:
zand.
- Edward van de Vendel, Ochtend
Week 19
boek: Brieven aan Olga, Jan Wolkers ****
film: Good Bye Lenin! ****
film Sin City ****
