Rondom met dromen volgeschilderd,
ik op de rand van mijn bed, ik zie
haar wandelen, struikelen, vallen,
moe van het nachtlang uitweg zoeken,
de bij, stoffig en ingekrompen,
die gisteren de kamer in-
gevlogen was, geladen met
de eigen warmte,
beladen met de zon, een klein
tumult van licht.
- Chr. J. van Geel, Ontwaken