Belde om de nachtzuster.
Om haar vingers waarmee zij het piekend haar
voor mijn ogen vandaan strijkt. Kopje thee
graag en de kosmos van vandaag. Komt ze
even later terug, brand ik mijn handen
aan de mok, slurp in vogelvlucht de zaal wakker,
lispelend boven damp en droesem over God
Die in het bed hiernaast ook in Zijn slaap
wat ligt te praten. Een organist speelt
walsend musdruil aan het raam. Val van dak
het bed weer in en bid mijn thee naarbinnen.
- Joost Zwagerman, Op zaal